Voor docenten ·

Docent zijn op een mbo? Leuker wordt het niet

‘Goed gesprek. Dit’
‘Huh?’ Levi kijkt op zijn telefoon. ‘Wat?’
‘Dat we een goed gesprek hebben,’ zeg ik hem nogmaals. ‘We zijn met elkaar aan het praten, toch? Tenminste dat is de bedoeling. Maar jij zit op je telefoon te kijken. Ik kan geen gesprek voeren met iemand die me niet aankijkt. Ik vind het onbeleefd.’
‘Oh, sorry, mevrouw. Maar het wat echt even belangrijk.’

Een voorbeeld van een situatie die ik bijna dagelijks meemaakte. Ik, docente Nederlands, die een gesprek probeerde te voeren met een student. Op een dag besloot ik dat het anders moest. Bij mij in de les zou ik geen telefoons meer accepteren. Ik wilde ze niet meer zien. En zo geschiedde. 

Het is een van de regels in mijn klas geworden. Ik heb er niet zo heel veel, moet ik eerlijk bekennen. Het zit niet in de aard van het beestje, zeg ik dan tegen mijn collega’s. Ieder geeft les op zijn eigen manier. 

Bij mij dus geen telefoons. Nu voer ik echte gesprekken. Nu kijken ze me aan. Nu reageren ze en is het zoveel gezelliger. Maar er is meer dat mijn werk als docent leuker en uitdagender maakt.

Is het wel echt leuk om les te geven op een mbo?

Ben je niet de hele dag politieagent aan het spelen? Het is toch heel vermoeiend om elke keer uit te leggen waarom het niet beleefd is om op je telefoon te kijken wanneer iemand met je praat? Waarom hebben ze dit niet thuis geleerd? Ze hebben geen respect meer tegenwoordig, die jongelui. 

Al jarenlang geef ik les op een roc, zowel op het mbo als in de volwasseneneducatie. En al jarenlang krijg ik bovenstaande vragen van mensen die daar niet werken. Ja, het is leuk. Nu. Maar wat vond ik het zwaar toen ik ermee begon, alweer 24 jaar geleden. Ik was toen 28 en zowel de studenten als de docenten zagen mij als medestudent. Dat hielp niet mee. Op de eerste dag werd de toegang tot de lift mij ontzegd, omdat deze alleen voor docenten was. Toen ik door de gangen liep, kreeg ik paniekaanvallen, omdat alle studenten een kop groter waren en daarnaast een oorverdovend volume produceerden, waar ik niet aan kon tippen. 

Een kop groter zijn ze nog steeds. Maar ik voel me inmiddels een stuk vrolijker, energieker en sterker. Mbo-studenten zijn leuk, grappig, ontroerend en bij tijd en wijle irritant. Dan voel ik me weer even die ‘moeder’ (nee, zeker geen politieagent) die streng moet zijn en hen een beetje moet opvoeden. 

Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Gelukkig maar. In deze blog geef ik je een aantal voorbeelden van het werk van een mbo-docent. Want als je het mij vraagt, is er veel te veel negativiteit rondom het docentschap. Lees verder voor mijn tegengeluid. 

Als ik naar jou luister, luister jij dan ook naar mij?

‘Jij bent gemaakt voor dit vak,’ zeg ik wel eens tegen mijn collega Pascal de Vries. Hij lacht wanneer ik hem dit zeg. ‘Jij ook, en velen met ons. Ik heb zoveel plezier in mijn werk.’ 

Ik vraag hem of de moed hem nooit in de schoenen zakt wanneer studenten in zijn lessen niet gemotiveerd zijn. 

‘Natuurlijk blijft het uitdagend om studenten te motiveren die niet willen. Maar vergeet niet dat er achter dat masker meestal onzekerheid zit. Ze weten dat ik altijd opensta voor een gesprek. Ik geef in mijn lessen duidelijk aan op welke dagen ik eerder op school ben of wat langer blijf, zodat ze naar me toe kunnen komen. Dat waarderen ze echt. Als ze zien dat ik hen serieus neem, nemen ze mij serieus en luisteren ze naar me.’ 

Ook over zijn manier van lesgeven vertelt Pascal me iets opvallends. ‘Bij mij werkt gepersonaliseerd lesgeven het beste. Ik geef les aan jongeren op niveau 2 en ik denk dat dit bij hen de enige manier is. Als ik klassikaal les zou geven, zou ik niet goed kunnen zien wie het niet heeft begrepen. Sommige studenten zouden eenzaam rondzwemmen of zelfs verdrinken. In mijn les schuif ik bij iedereen aan tafel om te kijken wat hij of zij vandaag wil leren. Ik merk dat ze dat heel fijn vinden.’ 

Vrijheid

Een fijne site voor mbo-docenten is www.ditismbo.nl. Hier vind je inspirerende verhalen van en voor studenten en docenten. Zo las ik daar ooit een interview met de titel ‘Je doet ertoe als docent’. Daarin vertelt een mbo-docent hoe belangrijk je bent voor je studenten. Hij legt uit hoe bijzonder het is dat jij het verschil kunt maken. Dat jij misschien de reden bent dat zij op een bepaald moment een belangrijke beroepskeuze maken. Dat vergeten we nog wel eens. 

Daarnaast noemt hij het aspect ‘vrijheid’. Als docent op het mbo heb je veel ruimte om je lessen zelf in te vullen. Dat ervaar ik als docente Nederlands ook. Er wordt wel wat creativiteit van je verwacht, maar (bijna) alles mag. 

Zo laat ik ze blogs schrijven, vlogs opnemen en socialemediaposts ontwerpen. Maar we oefenen ook met het voeren van debatten, discussies en interviews. Als het onderwerp maar boeiend genoeg is, doen ze wel mee. Verder bekijken we YouTube-filmpjes van influencers en lezen we de autobiografie van Ronnie Flex of van rapper Hef. 

Lezen? Ja, echt. Mijn studenten lezen. Wanneer ik ze twee keer per week heb, zit er standaard een leeshalfuurtje bij. Geen telefoons, geen andere afleiding, maar gewoon (ouderwets?) lezen. En ze vinden het leuk! 

Ze hebben even een duwtje nodig, sommigen een schop. Maar met elkaar komen we er altijd uit. We lachen, we praten (veel) en we werken ook nog. 

Kortom: word ook docent op het mbo. Leuker wordt het niet!